Taman Indonesia heeft ook een speciale website voor mobiele telefoons. Wilt u deze gebruiken?

Pohon Pinang-Betelpalm

De betelnoot (of arekanoot) is het zaad van de betelpalm. Botanisch gezien is een noot geen zaad maar een type vrucht, en in het geval van de betelpalm is ook de vrucht geen noot, maar een

steenvrucht. Deze noot is geliefd voor zijn opwekkende werking. In Indonesië noemt men het: het kauwen van de "Sirih-Pinang". De noot wordt in kleine brokjes gehakt en ingepakt in een stuk betelblad (niet van de betelpalm maar van de betelpeper ook hier in de tuin te zien) en vermengd met wat kalk, kruidnagel, en pruimtabak. Het gecombineerd gebruik met kalk versterkt het effect van de betelnoot doordat de stof arecilini omgezet wordt in de werkzame stof arecaidine. De kalk is, afhankelijk van wat de omgeving te bieden heeft, afkomstig van kalkrotsen, koraal zeeschelpen of slakkenhuisjes.

 

Er ontstaat bij menging een rode pasta die bij het kauwen het speeksel vuurrood kleurt. Bij chronisch gebruik verkleuren de tanden rood. Na het kauwen worden de dan smakeloos geworden resten uitgespuugd. Dit zorgt voor kleine rode spuugplekken op de grond. Omdat dit een onsmakelijk gezicht is, is het kauwen van betel verboden op sommige openbare plekken.